Het voordeel van de ‘touch’

Als je een buitenrit maakt kom je regelmatig dingen tegen die je paard spannend vindt. Je merkt het meteen: z’n hoofd gaat omhoog en hij gaat langzamer lopen of stilstaan! Met een beetje geluk krijg je hem er in een grote boog omheen. Het paard kiest de enige oplossing die hij van nature kent: de afstand tussen hem en het ‘gevaar’ zo groot mogelijk houden door flink uit te wijken of nog beter: er helemaal niet langs gaan of zelfs omdraaien en wegrennen.

Nu kun je een paard aan die ‘enge’ dingen laten wennen door er vaak langs te gaan, maar als je bijvoorbeeld regelmatig met de trailer op pad gaat om in een andere omgeving te rijden blijf je altijd nieuwe dingen tegenkomen. Op een paard zitten dat opeens uitwijkt terwijl je langs een weg of fietspad rijdt is gevaarlijk. Maar ook in een omgeving waar geen verkeer is, is het vervelend rijden als je paard steeds dingen ‘eng’ vindt en er niet langs wil. Ook kan het gedrag steeds erger worden, paarden hebben snel de neiging om het gedrag ‘uit te breiden’. Staan ze eerst stil op 5 meter van het object, dan kunnen ze het al snel uitbreiden naar 10 meter om vervolgens het hele weggetje niet meer in te willen.

Maar je kunt je paard een andere oplossing aanleren om met ‘enge’ objecten om te gaan dan wijken of vluchten. Dit kun je doen door hem de ‘touch’ aan te leren. Dit is het op commando aanraken van een voorwerp met de neus. Dit kun je eerst gewoon doen terwijl je naast je paard staat door een voorwerp vlak voor z’n neus te houden en “touch” te zeggen. Raakt hij het (eerst per ongeluk) aan dan zeg je “goed” en je geeft hem een brokje (dit is eigenlijk gewoon hetzelfde als clickertraining maar dan met een woord in plaats van een click. Als je het gaat toepassen tijdens het rijden, is het lastig om naast de teugels ook een clicker in je handen te hebben). Dit herhaal je een aantal keer: commando “touch” als hij het aanraakt “goed” en dan een brokje.

Als je merkt dat hij het snapt kun je hem ook andere voorwerpen aan laten raken. En je kunt je hem dezelfde voorwerpen laten aanraken terwijl je in het zadel zit. Het hoeven bij het aanleren geen spannende dingen te zijn, het gaat er eerst om dat hij het commando goed begrijpt. Als hij eenmaal door heeft dat hij een beloning krijgt, heeft hij een grote motivatie om op commando iets aan te willen raken. Zelfs als hij het eigenlijk heel spannend vindt.

Als de ‘touch’ er goed inzit kun je het tijdens een buitenrit gaan proberen. Zo gauw je merkt dat hij een object spannend vindt, ga je er juist naartoe. Dat zal de eerste keer best lastig zijn, maar zodra het paard het een keer gedaan heeft levert het een dubbele beloning op: het ‘enge’ bleek toch niet zo eng als gedacht en het leverde ook nog eens een brokje op!

In het begin help ik het paard soms een beetje om ook al te belonen als hij het probeert maar nog nét te spannend vindt om het echt aan te raken. Meestal doet het paard het bij de volgende poging dan wel. Kijk daarmee wel uit dat het paard jou dan niet gaat trainen door het steeds net niet aan te raken. Als je de eerste keer het bijna aanraken beloond hebt als aanmoediging, eis je wel dat hij het de tweede keer wél aanraakt om een beloning te krijgen.

Naast de al genoemde voordelen voor het paard leert hij ook dat jij een prima leider bent. Jouw oplossing om met het ‘enge’ voorwerp om te gaan levert hem meer op (een brokje en geen stress) dan z’n eigen oplossing: wijken of vluchten. Het paard leert nu ook meteen dat hij eigenlijk helemaal geen stress meer hoeft te hebben bij het zien van iets spannends, al is het iets nieuws. Dat noemen we generaliseren. Voor het paard prettig: niet steeds stress bij het zien van iets nieuws en voor ons ook prettig en leuk om te doen. De spannende dingen veranderen in uitdagingen, ook voor onszelf. Uiteindelijk hoef je niks meer te laten ‘touchen’ omdat je paard inmiddels niks meer spannend vindt. Hooguit nog af en toe omdat het leuk is!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *