Het belang van goede communicatie met betrekking tot leiderschap

Als gedragstherapeut voor paarden heb ik te maken met uiteenlopende problemen die mensen met het gedrag van hun paard kunnen hebben. Veel van deze problemen kunnen heel verschillend lijken, maar hebben dezelfde oorzaak: miscommunicatie tussen mens en paard. Als mensen mij benaderen vanwege een bepaald probleem dat ze met hun paard hebben, blijkt bij doorvragen dat het meestal niet het enige probleem is. Begrijpelijk, want als de communicatie niet goed is beperkt zich dat meestal niet tot één onderdeel.

Nu is de communicatie tussen mensen en paarden ook heel lastig, omdat een mens vooral gesproken taal gebruikt en een paard voornamelijk gebruikt maakt van lichaamstaal (houding en energie). Door deze ‘spraakverwarring’ snapt het paard vaak niet wat wij van hem willen en ‘lezen’ wij de taal van het paard niet altijd op de juiste manier. Het paard kan zo zijn vertrouwen in ons als leider langzaam kwijt raken. Dit zie je regelmatig gebeuren bij mensen die een nieuw paard gekocht hebben; eerst gaat alles heel goed, maar langzaam beginnen er steeds meer kleine barstjes in de relatie tussen mens en paard te ontstaan, die langzaam tot steeds grotere problemen uitgroeien. De voornaamste oorzaak hiervan is miscommunicatie.

Die eerste periode wordt ook wel door sommige mensen de ‘wittebroodsweken’ genoemd; de eigenaar is helemaal in de wolken met z’n nieuwe paard en alles lijkt goed te gaan. Maar door de gebrekkige communicatie beginnen er na verloop van tijd problemen in de relatie te ontstaan en dan gaat het vaak van kwaad tot erger.

Want wij kunnen onszelf misschien een goede leider vinden, maar het paard kan daar heel anders over denken. Om een voorbeeld te noemen: je haalt je paard uit de stal en loopt naar de poetsplaats. Het paard sjokt lekker in z’n eigen tempo achter je aan. Al moet je hem een beetje meetrekken, hij loopt in elk geval braaf mee! Het lijkt alsof je de leider bent omdat het paard met je meeloopt, maar omdat het paard het tempo bepaalt maakt dat hém leider. Ook als je een paard een paar keer moet aansporen voor het in draf gaat lijkt het alsof jij de leiding hebt omdat hij aandraaft, maar het paard bepaalde wanneer!!

Waarom is het nu zo belangrijk om de leider te zijn, want er verschijnen regelmatig discussies over het belang daarvan omdat uit onderzoek is gebleken dat bij paarden die in kuddeverband leven, het niet altijd dezelfde is die de leiding neemt.

De structuur in een kudde is gecompliceerder dan ‘één leider en de rest volgt’. Daarom zou het niet nodig zijn om als mens altijd de leiding te hebben omdat ze in een natuurlijk kuddeverband ook afwisselen. Dat klopt, maar als we problemen met ons paard hebben en we willen die oplossen, ligt dat weer anders. En we hebben als we met ons paard aan het werk zijn een één op één situatie en geen hele kudde. Dus al zou je het leiding nemen ‘afwisselen’ dan is het toch jij of hij! En ik zou niet graag de beslissing om een drukke weg over te steken aan m’n paard overlaten. Want dat is toch één van de belangrijkste dingen waar het om draait als je iets met je paard gaat doen: veiligheid.

Door het ontbreken van leiding kunnen er verschillende problemen ontstaan: het paard loopt weg als je hem uit het land wilt halen of het paard is niet voorwaarts op buitenrit of gaat zelfs staken. Ook heel schrikkerig zijn heeft vaak deze oorzaak. Als je het paard geen leiding geeft, zal het angstig zijn buiten en het liefst zo snel mogelijk terug naar stal willen want overal kunnen ‘roofdieren’ zitten! Daarom willen ze graag iemand mee hebben die ze er veilig doorheen loodst.

Eigenlijk begint alles bij het uit het land of de stal halen: daar wordt
de toon al gezet. Wie is vandaag de leider? Dat kan soms per dag verschillen omdat je je de ene dag beter voelt dan de andere. Kom je bij je paard met het gevoel ‘ik ga vandaag eens lekker trainen of rijden’ of kom je met een gevoel van ‘ik voel me niet heel fit, maar toch maar even proberen een stukje te rijden’. Het paard reageert daar meteen op omdat hij voelt welke energie je uitstraalt. Mensen zullen dit herkennen als ‘de ene dag gaat het veel beter dan de andere’. Daarom is het heel belangrijk om meteen te laten merken dat je de leiding neemt! Wees bij alles wat je doet consequent en laat het paard niks zelf bepalen. De oefeningen die hieronder staan kunnen daarbij helpen.

In het Engels is er een gezegde ‘Who controls the feet, controls the horse’! Oftewel: degene die het paard laat bewegen/wijken is de leider.

Zo gaat het in de kudde ook: als de leider eraan komt wijken de paarden die lager in rang zijn. Die gaan bewegen en daardoor ‘controleert hij hun voeten’.
Mocht het lastig zijn om de oefeningen goed te laten uitvoeren, dan kun je kijken of je je energie wat sterker kunt maken. Maak je breder en groter en haal adem via je buik. Het commando dat je geeft moet je ook menen!! Het mag geen vraag zijn, want als je een vraag stelt kan het antwoord nee zijn en dat is niet het antwoord dat je wilt, dus heeft vragen geen zin.

Het uiteindelijke doel van deze oefeningen is dat het paard jou accepteert als leider en zonder stress of tegenzin dingen met je wil doen. Of dat een buitenrit is of werk in een bak maakt niet uit. En als hij jou vertrouwt zal hij ook niet meer zo snel schrikken. ‘Want als de leider uitstraalt dat het niet gevaarlijk is, vind ik het ook niet eng. Ik kan de leider vertrouwen!’
Als na verloop van tijd de relatie tussen mens en paard bevestigd is, kan het wel wat minder strikt want dan zijn jullie een team geworden!

Ik gebruik vaak als voorbeeld : als je zelf ‘s nachts door een donker bos zou moeten lopen, wie zou je dan liever meenemen: je lieve maar iets onzekere moeder of je strenge maar duidelijke vader! Bij wie heb je het gevoel dat je niks kan gebeuren? Wij willen het liefst de lieve moeder zijn voor het paard, maar het paard voelt zich in een vreemde omgeving veiliger bij die strenge vader.

Dus wil je problemen oplossen of voorkomen dan is het van belang de leiding te nemen. Maar wel op een manier die het paard begrijpt!

Oefeningen om het leiderschap te bevestigen:

  • Netjes meelopen. Het paard moet aan een los touw meelopen zonder dat je moet trekken of moet inhouden. In elk gewenst tempo. Dus het paard mag niet sneller willen en ook niet langzamer. Wissel tijdens de oefening het tempo steeds af. Het paard moet zich meteen aanpassen. Als je het paard mee moet trekken omdat het te langzaam loopt, bepaalt het paard het tempo! Net zoals wanneer het paard te snel wil en je het moet inhouden. Ook dán bepaalt hij het tempo. Dat mag dus niet want dat maakt hem de leider op dat moment.
  • Halthouden. Als jij stopt moet het paard ook onmiddellijk stoppen. Voordat je gaat stoppen maak je jezelf wat breder en daarna sta je stil. Terwijl je stopt zeg je ook Ho! Vaak zal het paard dan eerst tegen je opbotsen, maar door streng te zijn door bijv. een klein rukje aan het halstertouw leer je het paard op te letten en meteen te stoppen als jij dat vraagt. Als je stopt en het paard loopt nog één of meer passen door, grijp je meteen in. Hij moet op jou letten en stoppen zodra jij stilstaat.
  • Achterwaarts gaan. Op een door jou gekozen commando (bijv. ‘terug’) moet het paard meteen achterwaarts gaan. Zo veel stappen als jij aangeeft! Dus niet met veel moeite één stapje! Uiteindelijk moet het paard achteruitgaan (wijken) als jij achteruit loopt zonder om te kijken.
  • Het paard langs ‘enge’ objecten leiden. Leg ergens iets neer wat het paard ‘eng’ kan vinden. Bijvoorbeeld een paraplu of een stuk zeil op de grond. Loop er nu op dezelfde manier langs als in bovenstaande oefeningen. Jij loopt erlangs en schenkt geen aandacht aan het ‘enge’ object. Daarmee geef je aan dat het niet gevaarlijk is. Mogelijk gaat het paard wijken bij het object, maar dat geeft niet. Zolang jij aangeeft in houding en energie dat er niks aan de hand is, zal het paard dat overnemen. Ga je paard zeker niet geruststellend toespreken als het angstig reageert! Negeer zijn gedrag en beloon pas als het paard weer rustig is! Altijd het gewenste gedrag belonen, dan weet het paard wat er van hem verlangd wordt. Zo gauw het paard z’n hoofd wat laat zakken of andere tekenen van ontspanning vertoont, kun je belonen. Zou je belonen op het moment dat het paard er langsloopt maar nog steeds stresssignalen vertoont, dan geef je eigenlijk aan dat dit een goede actie is: wel erlangs maar duidelijk in staat van paraatheid!! En dat wil je juist niet.

Als je een goede leider bent zal het paard bereid zijn met je mee te werken en vol vertrouwen doen wat je van hem verlangt. Je bent leider op basis van vertrouwen dat het paard in je heeft, en niet op basis van angst en dwang. Als je na verloop van tijd en team geworden bent met je paard, hoef je niet meer altijd zo strikt te zijn. Als ik met mijn paarden buiten rijd mogen ze waar mogelijk zelf bepalen of ze door plassen gaan of op de weg of in de berm willen lopen. Onze relatie is goed bevestigd en we krijgen geen problemen als ik ze laat ‘meedenken’.

1 comment on “Het belang van goede communicatie met betrekking tot leiderschap

  1. Christel Jansen

    Vandaag de cursus hierover gehad. Veel eyeopeners en heel goed vertrouwen dat het gaat lukken! Was boeiend en met de nodige humor, Hennie doet dat echt super!

    Reply

Leave a Reply to Christel Jansen Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *